De culturele crisis die in Nederland nog altijd rondwaart, lijkt aan Friesland voorbij te gaan. In 2018 is Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa en het Fries Museum opende daar vorige week haar deuren.

Tijdens het festival Into the Great Wide Open werd een officieel feestje gevierd: de bekendmaking van Leeuwarden als culturele hoofdstad van Europa in 2018 was een feit. De precieze motivatie van die beslissing wordt nog bekend, maar het kan ermee te maken hebben dat Friesland gestaag doortimmert aan de culturele weg.

Afgelopen lente opende een prestigieus nieuw filmhuis de deuren in Leeuwarden – als onderdeel van het Fries museum dat afgelopen vrijdag door prinses Maxima officieel werd geopend. Drie jaar lang werd er gebouwd aan het 36 miljoen euro kostende museum, dat voor een groot deel werd gefinancierd uit een legaat van de Friese architect Abe Bonnema. Hij liet in 2001 18 miljoen euro na aan het Fries Museum, bedoeld om daar een nieuw onderkomen van te bouwen. Architect Hubert-Jan Henket ontwierp het moderne gebouw, waarin natuurlijke materialen als glas, staal en hout en strakke lijnen de boventoon voeren.

Uiteraard gaan de exposities in het Fries Museum over alles wat Fries is. En dat is heel veel, zo blijkt. In de permanente tentoonstelling Ferhaal van Fryslân, op de eerste verdieping, is te zien hoe schrijvers, schilders en fotografen naar Friesland en de Friezen hebben gekeken. Het vertelt de ontstaansgeschiedenis van het eigenzinnige stukje Nederland, waarin plaats is voor mythische figuren als Grutte Pier (wiens zwaard te bewonderen is) en Mata Hari (wier bustehouder in de vitrines staat). In totaal zijn er zo’n honderd objecten met even zovele verhalen erachter.

Voor de tentoonstelling Oud geld – ons kent ons in de Gouden eeuw, richtte journalist en society-kenner Jort Kelder als gastconservator een wisselpresentatie in. Hij laat zien dat aanzien van alle tijden is, evenals de gadgets die daarbij horen. Zo prijkt een tas van Birkin – een van de nog altijd meest populaire musthaves voor de welgestelde dame van nu – naast een huwelijksportefeuille met goudborduursel uit 1680. De expositie richt zich verder op vijf belangrijke vertegenwoordigers van de Friese elite uit de zeventiende eeuw, die het ‘old boys network’ van toen vormden: stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz, adellijke dame Sophia Anna van Pipenpoy, jurist en raadsheer Theodorus Saeckma, nouveau riche Hobbe Baerdt van Sminia en schilder Wybrand de Geest.

Minder ver terug in de tijd gaat het Fries Verzetsmusum, waarin alle ruimte is voor de verhalen van Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De provincie bood onderdak aan vluchtelingen uit het hele land, en melk en voedsel tijdens de hongerwinter. Speciale aandacht is er voor de legendarische overval van het Friese verzet op het Huis van Bewaring in Leeuwarden.

Voor moderne en hedendaagse kunst is er in het nieuwe museum ook plek – op de in licht badende bovenste verdieping. Horizonnen – kunst in een veranderend Friesland is een reis door de provincie aan de hand van schilderijen, foto’s, installaties en videowerken. Daarin worden letterlijk en figuurlijk horizonnen verbreed, door kunstenaars uit en van buiten Friesland, als Gerrit Benner, Robert Zandvliet, Tacita Dean en Alfredo Jaar.

Het is een mooi begin voor een ambitieus museum in een ambitieuze provincie, dat laat zien waar gepaste culturele trots toe kan leiden.

Kijk voor meer informatie op www.friesmuseum.nl

Bron: www.dagelijksestandaard.nl door Nicole Santé